Een aards tranendal
15 May 2008
Er wordt wel eens gesproken over het aardse tranendal. Gelukkig zijn er velen die met volle teugen van het leven kunnen genieten en zijn er jammer genoeg ook mensen die vaak door een diep dal moeten. Als we het levensverhaal van Antje Wiegers Halbesma (1848-1900) lezen dan kan zij alleen maar onder de laatste groep geschaard worden. Het moet erg moeilijk voor haar geweest zijn om de moed er in te houden want, tijdens haar leven, staat ze bij het graf van vier van haar zeven kinderen. Ze brengt twee echtgenoten naar het kerkhof en maakt een groot drama mee als één van haar schoonvaders overlijdt. Het meest schrijnende is het eind van haar leven dat ze in, vrijwel gehele én gedwongen isolering meemaakt.
In 1873 ziet de toekomst er nog veelbelovend uit voor Antje. Ze is opgegroeid op de boerderij van haar vader die zo’n 14 koeien, 2 stieren en 3 paarden houdt en ook nog wat vlas, haver en rogge verbouwt. Hij is in de Dokkumer Wouden een behoorlijk grote boer. Antje komt officieel uit een gezin van twaalf kinderen maar de helft daarvan sterft in de kinderjaren. Kinderen uit boerenfamilies proberen vaak ook zelf boer te worden of met een boer te trouwen. In de familie van Antje is dat niet het geval. Haar oudste broer wordt bakker, een zus trouwt met een wagenmaker en Antje kiest tweemaal een smid als echtgenoot!
In 1873 begint Antje aan haar eerste huwelijk. Haar partner, Tjerk Eelkes Bos, is smid te Dantumawoude. Waarschijnlijk is hij in de leer geweest bij zijn vader die hetzelfde beroep heeft. De familie Bos komt oorspronkelijk van Veenklooster (onder Westergeest) waar ze in een ver verleden een boerderij en een winkel hadden.
Tussen 1874 en 1884 worden er zeven kinderen geboren in het gezin Bos-Halbesma. Aukje, de oudste dochter, groeit voorspoedig op maar sterft kort voor haar zevende verjaardag. Hetzelfde overkomt zoon Wieger die in 1878 geboren wordt en overlijdt in 1885. Op 19 april 1886 heerst er opnieuw grote droefenis in het smidsgezin want op die dag is de bijna tweejarige dochter Aukje overleden. Aukje Halbesma staat datzelfde jaar nog een andere vuurproef te wachten: Op 24 augustus plaatst ze de volgende advertentie in de Leeuwarder Courant: “Overleden op ruim zes en dertig jarigen ouderdom T.E. Bos, Man van A.W. Halbesma. Dantumawoude. Eenige kennisgevingâ€. Het valt op dat de advertentie geen woorden bevat als “liefhebbende man†of “zorgzame vaderâ€. De reden voor de koele houding vinden we in de verklaring van Marten Jans Heikamp en Jarig Jakles van der Schaaf die vertellen dat ze op 20 augustus 1886 het lijk van grofsmid Tjerk Eelkes Bos gevonden hebben in het Nieuwe Kanaal onder Wouterswoude. Alles duidt op zelfmoord van de man die zijn vrouw achterlaat met vier jonge kinderen én een smederij.
Ruim een jaar later waagt Antje Halbesma zich aan een nieuwe huwelijk. De uitverkorene is Atze Eises Schumacher. Zijn vader is smid te Kollumerzwaag. Kort na de huwelijkssluiting meldt Atze Schumacher dat hij zich te Murmerwoude heeft gevestigd als hoef- , grofsmid en kachelmaker. Hij beveelt zijn diensten “minzaam aan†bij zijn “geëerde Dorps- en Gewestgenootenâ€. Helaas kan Atze zijn ambities niet echt waarmaken want op 1 september 1888 overlijdt hij “na eene korte ongesteldheidâ€. Zijn vrouw meldt direct aan de klanten dat het bedrijf wordt voortgezet en ze zoekt met spoed een knecht die het uitvoerende werk kan doen en zijn vak goed verstaat. Ondertussen krijgt Antje een nieuwe slag te verwerken want op 17 december 1888 sterft haar zesjarig zoontje Anne Bos.
Het werven van een goede knecht gaat niet van een leien dakje. Antje plaatst meerdere malen een advertentie om er één te vinden. Op 10 mei 1891 heeft ze de moed opgegeven en wordt de smederij beëindigd. Er wordt dan een boelgoed gehouden waarop smidsgereedschappen als een blaasbalg, een aambeeld, slijpsteen, vijlen en hamers verkocht worden. Ook het meubilair wordt geveild. Bijna een jaar later biedt de weduwe Schumacher nog een koelbak en een slijpsteen aan die “uit de hand te koop†is.
Ondertussen gaat het met haar schoonouders niet al te best. Schoonvader Tjerk Eelkes Bos overlijdt in 1894 en aan het leven van schoonvader Eise Jacobs Schumacher komt eind 1897 wel een heel dramatisch einde. Vanaf half november wordt de smid uit Kollumerzwaag vermist . De familie maakt zich grote zorgen en looft een beloning uit. Op 31 december wordt het lijk van de heer Schumacher gevonden in de vaart tussen de brug van Zwaagwesteinde en de spoorbrug van Kuikhorne. In een krantenbericht staat; “Hij had een gewicht om de hals van ongeveer zeven pond. Twee jongens vonden hem. De pet was bij de broek ingestoken. De uitgeloofde som van f 15,- is hen uitgereikt.”
Uiteraard gebeuren er ook wel eens prettige dingen in het leven van Antje Halbesma. In 1898 treedt haar zoon Tjerk Bos in het huwelijk met Ybeltje Aukes Boskma en begin 1900 geeft dochter Yke Bos het ja-woord aan Rypke Zijlstra. Aan het eind van dat jaar zal de doodsklok geluid worden voor Antje zelf. Naar aanleiding van haar dood, op 16 december 1900, wordt er groot alarm geslagen. Huisarts Van der Sluis verklaart dat de weduwe Schumacher, inmiddels wonend te Akkerwoude, is overleden aan de zeer besmettelijke ziekte Tuberculose Pulmonum. Om verdere besmetting te voorkomen besluit het gemeentebestuur van Dantumadeel alle goederen, waarmee Antje tijdens haar ziekte in aanraking kwam, te onteigenen en te laten verbranden. Het gaat onder meer om een veren bed met peluw, vier kussen, drie dekens, vier lakens, twaalf slopen, een stel bedgordijnen, vier mustsen, vier zakdoeken, een schoudermantel, een halsdoek, drie onderbroeken, vier jakjes, vier boezelaars, twee jurken, vijf rokken, drie lijfjes, twee borstrokken, twee overtreksels, vier hemden, twee paar kousen, twee paar sokken, een paar pantoffels en het bedstro. Veldwachter Jan Huizinga krijgt de opdracht de spullen op te halen bij Rypke Zijlstra en moet zorgen voor de vernietiging.
De gemeentebestuur van Dantumadeel stelt de bevolking per advertentie op de hoogte van de onteigening en verbranding van de zaken waar Antje mee in kontakt is geweest. Vanaf 1898 tot 1900 verschijnen er in de Leeuwarder Courant vaker van dit soort advertenties. In Dantumadeel worden in die jaren van tenminste elf tbc-patiënten de goederen onteigend. Het is de tijd waarin de tuberculose veel aandacht krijgt. Per jaar sterven er dan ongeveer 8000 tbc-patiënten in Nederland na een ziekteproces van gemiddeld vijf jaar. Rijke “teringlijders†gaan naar een sanatorium in Davos om daar te herstellen en rond 1900 worden er verwoede pogingen in het werkgesteld om ook sanatoria in Nederland te bouwen zodat
Op 11 september 1902 huwt de laatste vrijgezelle zoon uit het gezin Bos-Halbesma. Foeke kiest Detje Jans Hofing als zijn levenspartner. Het jonge paar start te Dantumawoude bij de kruising Doniaweg-Trekweg-Dammelaan een wagenmakerij. 13 April 2008 In 1840 brandde plots het huis van een weduwe af. Wij dekken zo’n schade uit de verzekering maar hoe raakt zij uit de brand? Zo. Net weer de premie voor de opstal- en inboedelverzekering betaald! Het is elk jaar een flinke aderlating maar zonder verzekering voel ik mij niet gerust. Als we onze leefsituatie vergelijken met die van zo’n tweehonderd jaar geleden dan moeten we wel concluderen dat wij veel meer greep op het leven hebben dan onze voorvaderen. Uiteraard wisten zij van ziekten maar van de oorzaken en remedies hadden ze, tot ongeveer 1880, bijna geen weet. Niemand was in die tijd nog van de wieg tot het graf verzekerd en pas als de nood echt aan de man kwam werd er een beroep gedaan op de onderlinge solidariteit. Anne Jans Jongsma huurt vanaf 1823 de boerderij mét vogelkooi in Akkerwoude. In 1829 verhuist hij naar de “Buurt†van Rinsumageest en wordt daar grutter. De dorpelingen kunnen bij hem terecht voor de broodnodige boodschappen want hij verkoopt erwten, bonen, gort en vele andere dagelijkse benodigdheden. Hij is vol ambitie en het gaat hem ook voor de wind. Eind 1829 heeft hij zowel een gruttersknecht (Johannes Jans Bartels) als een meid (Trijntje Jans Hoving) in dienst. ’s Zondags gaat de familie Jongsma en het personeel een eigen weg. Jongsma stelt zich onder het gehoor van de doopsgezinde dominee in Dantumawoude en de personeelsleden lopen naar de dichtbijgelegen Hervormde kerk. Op 13 januari 1838 meldt de familie Jongsma aan de Secretaris van de Grietenij Dantumadeel dat vader Anne de dag tevoren, op 48-jarige leeftijd, is overleden. Zijn vrouw, Ykje Sikkema, zet de grutterij voort en hoopt op deze manier ook in het onderhoud van haar vier jongens te kunnen voorzien. Als vader Anne overlijdt is zoon Jan, de oudste, 22 jaar en Auke, de jongste, 8 jaar oud. Na enkele dagen prachtig zomerweer barst in de vroege ochtend van de 23ste augustus 1840 plotseling een hevig onweer los. De meeste families scharen zich bij zulk weer rond de tafel en wachten af tot de donderbui weer overdrijft. Het weerlicht en de donderslagen zijn angstaanjagend want het onweer is zeer nabij! Plotseling rent de gruttersfamilie Jongsma naar buiten want de bliksem is bij hen ingeslagen. De schuur staat in lichterlaaie en ook het woonhuis schijnt het niet te houden. Buren steken direct de helpende hand toe en ook de rest van de Rinsumageesters laat zich niet onbetuigd. Desondanks kan maar een klein gedeelte van de woning worden behouden. De dorpsgenoten zijn blij dat er geen sterke wind stond want dan waren er meer huizen en schuren in de dichtbebouwde buurt van Rinsumageest in vlammen opgegaan. De familie Jongsma is in shock. Ykje Sikkema, de weduwe van Anne Jongsma, is plotseling bijna haar gehele bezit verloren. Hoe moet ze zichzelf en haar kinderen nu door de tijd helpen? Er wordt veel over gepraat in Rinsumageest en de roep om hulp klinkt steeds harder. Enkele dorpsnotabelen nemen de handschoen op. Notaris W. van Riesen, gemeentesecretaris G. Jongsma en de doopsgezinde predikant A. de Jong plaatsen op 28 augustus een advertentie in de Leeuwarder Courant waarin ze de “medelijdende ingezetenen van dit Gewest†oproepen om mee te helpen het ongelukkige lot van de weduwe en haar vier kinderen te verzachten. De liefdegiften kunnen worden afgegeven bij de ondertekenaars van de advertentie. Ykje Jongsma-Sikkema overlijdt op 27 november 1868. Alhoewel haar jongste zoon, Auke, inmiddels grutter te Rinsumageest is, wordt er toch een boelgoed gehouden en de grutterij geveild. Het pand, waarin de grutterij gevestigd is, wordt een “hechte ruime en sterke huizinge†genoemd waarin ook een boerderij was gevestigd. Er is plaats voor twaalf hoornbeesten en een stalling voor drie paarden. Uit het kadaster van 1832 blijkt dat het om een oppervlak van 520 m2 meter gaat. Tijdens het boelgoed werd een chais en ook een meelwagen verkocht. Daarnaast komen er veel boerengereedschappen (waaronder een vlasbraker) onder de hamer. In eerste instantie is er ruim 3200 gulden voor de grutterij geboden. Ook op de landerijen (bouw- en weiland) die bij het huis horen is flink geboden. Ik heb mijn verzekeringspremie weer betaald en dat geeft een gerust gevoel. De weduwe Jongsma raakte in de zomer van 1840 plotsklaps bijna haar hele bezit kwijt maar, zo blijkt uit de rest van haar levensgeschiedenis, ze ging er niet aan ten onder. Anderen hebben haar bijgestaan met hun liefdegaven en haar er weer bovenop geholpen. In de geschiedenis is solidariteit geen onbekend begrip maar de manier waarop wij daar vorm aan geven (verzekeringen) maakt ons wel een stuk onafhankelijker van de “gulle geversâ€. 26 March 2008 De van nature ambitieuze en optimistische Thomas Hiemstra (1853-1892) werd in zijn leven continue geconfronteerd met forse tegenslagen. De volksmond dacht dat hij een witte lever had, want, door het sterven van zijn echtgenotes, was hij gedwongen driemaal zijn ja-woord uit te spreken. Van zijn kinderen bleven er maar enkelen in leven en, ondanks een enorme vernieuwingsdrift,viel ook zijn maatschappelijke carrière totaal in duigen! Thomas, die op 21 april 1853 wordt geboren, is de oudste zoon van Jan Thomas Hiemstra en Catherina Pieters Bosch., die te Bornwird, in de buurt van Dokkum, een boerderij hebben, waarvan de landerijen liggen onder Rinsumageest, Betterwird, Hiaure en Dokkum. Vader Jan Hiemstra is een vooraanstaand figuur: hij is kerkvoogd van de gecombineerde Hervormde Gemeente Hiaure-Bornwerd, is één van de 405 kiesgerechtigden in Westdongeradeel en zit er in de gemeenteraad. De jonge Thomas wil zijn vader het liefst overtreffen. Hij trouwt op 7 juni 1875 met Ytske Jippes. Zij is geboren in Hallum maar haar ouders wonen in Hijum. Thomas-en-Ytske vestigen zich in Bornwird maar verhuizen in de loop van 1878 naar de Oude Leije onder Finkum. Het is vlakbij de boerderij van Ytske’s ouders en dat komt niet slecht uit want eind 1879 overlijdt haar vader en vanaf dat moment wordt van Thomas verwacht dat hij zich op het minst bemoeit met de boerderij in Hijum. Het gezin wordt snel opgenomen door de inwoners van Finkum. Reeds op 13 januari 1879 benoemt de gemeente Leeuwarderadeel Thomas Hiemstra tot armvoogd en in 1883 wordt hij gekozen in de gemeenteraad. Uit de verslagen blijkt dat hij daar danig zijn mondje roert. Thomas is landbouwer en in dat beroep wil hij de beste en de meest vooruitstrevende zijn. Begin 1880 laat hij de schuur bij zijn boerderij afbreken en een nieuwe schuur met kamer, “karnhanâ€, melkkelder en wagenhuis bouwen. Zo krijgt hij één van de meest modern boerderijen in de wijde omgeving. In de huiselijke kring gaat het wat minder voorspoedig. Begin mei 1883 plaatsen de heer en mevrouw Hiemstra-Jippes de volgende advertentie in de Leeuwarder Courant: Op 12 februari 1883 haalt Thomas Hiemstra het nieuws omdat zijn eenden reeds op 9 februari zijn gaan leggen. Ruim een jaar later woont hij de ledenvergadering van de “Vierde Afdeling der Friesche Maatschappij van Landbouw†bij waar gesproken wordt over “het werken met hulpmeststoffen†zoals chili-salpeter en kainit. Hiemstra loopt duidelijk op de troepen voor uit want hij is de enige landbouwer die reeds vier jaar ervaring heeft met chili-salpeter. Hij is er erg tevreden over, denkt niet dat het gebruik de grond uitput en is er van overtuigd dat stalmest de hoofdmest blijft. Over kainit is hij minder positief want dat werkt, volgens hem, alleen maar nadelig “voor onze kleigrondâ€. Dat we Hiemstra in dit geval leren kennen als een first-adapter is niet helemaal toevallig want hij is agent voor een Zwolse firma die chili salpeter aanbiedt. Volgens advertenties in de Leeuwarder Courant kunnen de landbouwers deze hulpstof via Hiemstra razend snel geleverd krijgen. In 1890 is Hiemstra bestuurslid van de “Eerste Afdeling der Friesche Maatschappij van Landbouwâ€. Tijdens een vergadering doet hij verslag van een experiment met “gedroogde spoeling†die de lijnkoeken voor kalveren moet vervangen. Toch gaat het Hiemstra niet echt voor de wind. Volgens de volksmond gaat zijn witte lever opspelen want op 17 december 1885 sterft zijn vrouw Ytske “na eene ongesteldheid van tien dagenâ€. Thomas blijft achter met drie kleine kinderen en gaat naarstig op zoek naar een nieuwe levensgezellin. Die vindt hij snel. Teatske Jippes, de oudere zuster van Ytske, is op 1 september 1885 weduwe geworden van Wybe Klazes Nauta. Reeds op 5 augustus 1886 gaat Thomas Hiemstra een leviraatshuwelijk aan met deze Teatske die evenwel reeds op 14 oktober 1889 overlijdt. Op 12 mei 1891 gaat Thomas Hiemstra opnieuw naar het gemeentehuis. Ditmaal legt hij de belofte van trouw af aan Antje Oenes Hogenbrug, de weduwe van Hermanus Wendelinus Buys uit Jorwerd. Het is opmerkelijk, maar achteraf niet onverstandig, dat het kersverse echtpaar, voorafgaand aan het huwelijk, voorwaarden opstelt bij de notaris. De zesde juli 1891 is achteraf misschien wel de meest zwarte dag voor de progressieve boer want dan spreekt de rechtbank in Leeuwarden uit dat hij in staat van kennelijk onvermogen verkeert en worden er curatoren benoemd. Dan gaat het verval zeer snel. Op 17 juli wordt de zathe en de landerijen in Finkum op Oude Leije in de verhuur gedaan. Kort daarna worden de veldvruchten (onder andere bonen, aardappelen en kanariezaad) verkocht en eind augustus wordt er zelfs een boelgoed gehouden in de boerderij waar vrijwel alles wat los-en-vast zit wordt verkocht. Het is niet duidelijk wie alles koopt maar ik krijg de indruk dat de familie Hiemstra op de één of andere manier de helpende hand toesteekt want korte tijd later heeft de familie Hiemstra meerdere bezittingen op de Oude Leije onder Finkum. Op 20 februari 1892 wordt er uit het derde huwelijk van Thomas Hiemstra een dochter geboren. Enkele weken later adverteert Antje Oenes Hogenbrug:â€Heden overleed zacht en kalm, in den ouderdom van 38 jaren, mijn geliefde Echtgenoot Thomas Hiemstra, , mij uit een huwelijk van slechts 10 maanden een Kind nalaatende. De Leije onder Finkum. 12 Maart 1892â€. Wat was er gebeurd? Waren de ambities van Thomas Hiemstra vastgelopen? Kon hij de strijd niet meer aan? In elk geval was hem, in de 38 jaar dat hij op de wereld rondliep meer leed overkomen dan velen voor en na hem. Hij verloor twee vrouwen,drie jonge kinderen, zijn bedrijf en zijn ambities. Zijn optimisme moet langzaam uitgedoofd zijn en vreemd is dat niet. 20 March 2008 Eind vorige week zagen we het PvdA-kamer Waalkens plotseling met pretoogjes op het tv-scherm. Na vele jaren kamerlidmaatschap was het hem eindelijk gelukt een groot succes te behalen want op zijn initiatief, én met behulp van de Partij voor de Dieren, zal seks-met-dieren binnenkort verboden zijn! Het zal niet de eerste keer zijn dat een rechter zich met dit onderwerp gaat bemoeien want op 9 februari 1746 moest de rechtbank in Leeuwarden, zich uitspreken over het, volgens zijn buurvrouw, zeer amorele en laakbare gedrag van de tiener Tjerk Jans. Halverwege september wordt te Rinsumageest steevast de jaarmarkt gehouden. Jongens als Jan Tjerks houden wel van een verzetje en zijn dan ook graag van de partij! Hij stort zich, in september 1745, niet alleen in het feestgedruis maar doet zelfs een aankoop! Tot grote woede van zijn vader komt Jan thuis met een kleine zwartbonte waterhond. Omdat vader Tjerk Seerps als een briesende te keer gaat ontfermt buurman Alle Sjoerds zich over de hond. In de praktijk blijft Jan “het baasje†en neemt die hem dagelijks mee als hij op stap gaat. Niet ver van Jans’ouderlijk huis staat de boerderij van Marten Sapes, een “rijke†boer die een geschat vermogen heeft van ongeveer 5000 Caroligulden. Marten heeft een gemengd bedrijf want naast de veehouderij (er staan soms wel 13 runderen op stal) exploiteert hij ook nog ruim zes hectare bouwland. Het zou heel goed kunnen dat Tjerk Seerps, de vader van Jan, er vast arbeider is. In elk geval struint Jan regelmatig over de landerijen van Marten Sapes en dan neemt hij zijn geliefde hond mee. Voor de rechter verklaart Jan Tjerks dat hij de hond, tijdens zijn wandelingen, soms “teegens een hooge wal†zet en zo de hond ongeveer vijf tot zes keer “vleeschelijk†heeft gebruikt. Hij had ontdekt dat hij “daar soo wel meede konde doen als met een vrouw†maar realiseerde zich niet dat “hij daar quaed mede dedeâ€. Tijdens één van zijn escapades was hij betrapt door zijn broertje Willem die het nieuwtje doorbriefde aan buurman Alle Sjoerds (de feitelijke eigenaar van de hond). Vooral Janke Gerrits, de vrouw van Alle Sjoerds, had Jan Tjerks stevig onderhouden over zijn wangedrag. De jongen had het aangehoord en gezegd: “Al hadt ik het gedaan, wie zoude mij daarom wat leeren?†Janke, hevig aangedaan door zo’n grote mond, had geantwoord: “Wij kunnen je niets leren, maar een ander kan je wel wat leren!†en had daarna, zonder talmen, de justitiële molen in werking gezet… Ze voelde zich in grote mate verantwoordelijk voor het laakbare gedrag van haar buurjongen omdat het hun hond betrof! Er moest, ten koste van alles, een herhaling van dit gedrag voorkomen worden en daarom liet buurman Alle Sjoerds de hond verdrinken. Om te bewijzen dat hij de juiste maatregelen had getroffen toonde hij de dode hond aan het gerecht in Dantumadeel. Het was 9 februari1746. Jan Tjerks was zich van geen kwaad bewust en buurvrouw Janke Gerrits verwachtte dat de rechter haar buurjongen een stevige les zou leren. Met Alle Sjoerds, boer Marten Sapes en vader Tjerk Seerps waren ze allemaal aanwezig op de rechtszaal. Wat moest de rechter met het geval? Ging hij mee met buurvrouw Janke of toonde hij enig mededogen met Jan Tjerks. In zijn uitspraak liet hij doorschemeren dat er geen aanleiding voor nadere rechtsvervolging was en dat hij Jan Tjerks daarom geen straf oplegde! 11 March 2008 Van de talloze kunstschilders die zich jaarlijks melden weten maar enkelen hun naam blijvend te vestigen. De één start een eigen richting in de kunst en wordt snel door adepten gevolgd. Rembrandt van Rijn en Vincent van Gogh lopen duidelijk als rattenvangers door de kunstgeschiedenis. Anderen gaan een totaal eigen weg, ze worden wel bewonderd maar zijn vrijwel onnavolgbaar kopiisten. Jopie Huisman (1922-2000), de voddenkoopman en oud-ijzerhandelaar uit Workum is daar een mooi voorbeeld van. Het is, relatief gezien, nog niet zo heel lang geleden dat de verzorgingsmaatschappij is opgetrokken. In de tijd daarvoor moest de mens, het leed dat hem onverwacht overkwam, zelf te lijf. Soms met medeweten van anderen, soms in alle stilte. Ondanks alles was het vrijwel altijd weer “luctor et emergo†. In het werk van Jopie Huisman proef ik de bewondering voor de simpele mens, die voortdurend worstelt maar ook voortdurend weer boven komt. De familie Huisman, waar Jopie een telg van was, kende ook van die mensen en het is niet onwaarschijnlijk dat Jopie het meest aangrijpende verhaal, via de overlevering, kende. Jopie is geboren en gestorven in Workum. Het is de stad van zijn “vaderen en grootvaderenâ€. In 1820 trouwt Lieuwe Ypkes Huisman met Antje Lammerts van der Meer. Ze wonen op het Nieuwland onder Workum en worden reeds in 1821 verblijd met een kindje. Er zullen er nog acht volgen en, alhoewel de ouders er blij mee geweest zijn, het was niet alleen vreugde dat de ouders aan het nakroost beleefden. Slechts vier van de negen kinderen worden meerderjarig. Op 7 november 1828 sterft de kleine Zwaantje en zes weken later staan de jonge ouders bij het grafje van Lammert die twee jaar oud werd. In 1826 hebben ze de vierjarige Ypke al begraven en in 1836 verliezen ze de tweejarige Sietske. De jongste zoon, Sietse, telt zijn jaren tussen 1839 en 1847. Milius is de oudste zoon. Hij blijft ongehuwd en overlijdt in 1847 op 26-jarige leeftijd in Wymbritseradeel. Dochter Zwaantje trouwt in 1851 met Arjen Jans Bijvoets. De twee overblijvende zonen, Ypke (1831-1899) en Lammert (1837-1860) raken verliefd op de beide dochters van Jelmer van Dijk en Sjoerdtje Kloosterhof. Ypke stapt in 1854 met Renske in huwelijksbootje. Pas in 1922 wordt duidelijk dat het hier om de overgrootouders van Jopie Huisman gaat. Ypke Huisman (1881- ), de vader van Jopie, is een zoon van Lieuwe Huisman (1854-1936) die Ypke-en-Renske heit-en-mem noemde. Lammert Huisman, de broer van Ypke, geeft op 22 mei 1859 zijn ja-woord aan Hinke van Dijk, de zuster van Renske. Uit de bronnen blijkt nergens dat het om een rijke familie gaat en dus zal ook de bruiloft niet veel om het lijf hebben gehad. Desondanks lacht het leven het jonge paar toe. Lammert is 22 jaar als hij huwt en Hinke twee jaar jonger. Enkele weken na de huwelijkssluiting vertelt Hinke dat ze zwanger is. Gelukkig is er niets op aan te merken: het kind wordt ruim negen maanden na de 22ste mei verwacht! Op 27 februari 1860 is het een klein beetje feest bij Lammert-en-Hinke want de laatste viert haar 21ste verjaardag. Twee dagen is Lammert het feestvarken want hij wordt dan 23 jaar oud! Ondertussen loopt Hinke met een dikke buik en staat alles klaar voor de baby die elk moment verwacht wordt! Op 12 maart is het zover. De trotse en blije ouders noemen hun jonge zoon Lieuwe, naar de vader van Lammert Huisman. De bevalling is zonder problemen verlopen en de feeststemming, die sinds enkele weken in huize Huisman aanwezig is, duurt nog even voort! De hele familie komt voorbij voor een “poppeslokâ€. Het lijkt allemaal veel mooier dan het in werkelijkheid was. Omdat er niet veel geld was duurde het feest maar kort. Er kon niet versaagd worden; het werk ging door. Op de 18de maart 1860 schrijft de correspondent van de Leeuwarder Courant: “Eergisterenavond kwam alhier een schipper aan , met zijn vaartuig, van eene kleine reis uit het land; na het noodige verrigt te hebben, heeft hij zich ter ruste begeven in het vooronder, dat gesloten was; den volgende morgen wekte men hem tevergeefs. Men opende het luik en vond de jongen man gestikt in zijne kooi liggen, zoo men verneemt , ten gevolge van kolendamp; de man was ten vorige jare gehuwd en zijne vrouw voor eenige dagen bevallen.â€â€¦ Het leven liet zich plotsklaps wel op een heel andere manier aan Hinke zien. Ze bleef, met haar zoontje Lieuwe, achter. Ze worstelde en kwam ook weer boven. Op 27 april 1862 trouwt ze met Jotje Ottes Symensma (1837-1905) en baart nog drie kinderen. Op 223 juni 1873 overlijdt ze in Workum. Dit waren verre familieleden van kunstschilder Jopie Huisman. Het waren de mensen waar hij zoveel mededogen mee had!Niet verzekerd! Toch uit de brand!

Of de aktie een succes is geweest weten we niet want de beloofde verantwoording is, althans in de Leeuwarder Courant, nooit afgelegd. Wel vindt reeds op 24 september de aanbesteding plaats van een nieuwe schuur, een keuken en molkenkamer ten behoeve van de weduwe Jongsma-Sikkema. Uit advertenties die daarna in de krant verschijnen krijgen we de indruk dat de weduwe niet alleen een grutterij maar ook een herberg exploiteerde want er worden in haar “huizinge†regelmatig veilingen gehouden.Thomas Hiemstra: De pijn van de man met de witte lever
“Ons eenigst lief Meisje, onze tweede Maaike is niet meer. Dit voor ons zoo prachtig bloeiend roosje werd ons heden namiddag ongeveer 1 ½ uur, in den leeftijd van 1 jaar en ruim 6 weken, onverwacht ontrukt. Dit is in ruim 6 Jaar reeds ons derde Pand , dat we aan de schoot der aarde moeten toevertrouwen. Met diepen weemoed staren wij en wederzijdsche Betrekkingen dit lieve Meisje na. Leie onder Finkum. 1 Mei 1883. Ytske heeft tot op dat moment zes kinderen gebaard waarvan reeds drie gestorven zijn: een Rinse en tweemaal een Maaike. Begin augustus 1883 is de toon van het echtpaar Hiemstra al iets opgewekter want ze melden dan dat er op 1 augustus een nieuwe (derde) Maaike is geboren.Wat de rechter in 1746 vond van seks met dieren
Jan is een zoon van arbeider Tjerk Seerps. Hij woont, met zijn ouders, in een piepklein arbeidershuisje aan de Achterweg te Akkerwoude (nu Damwoude). Het is zeer de vraag of Jan een school heeft bezocht want hij weet zelfs zijn eigen leeftijd niet. De rechtbank schat hem op 16 jaar maar zit daarmee aan de hoge kant want vader Tjerk heeft zijn zoon Jan op 12 augustus 1731 in Akkerwoude laten dopen en dat zal gebeurd zijn op het moment dat hij amper enkele weken oud was.Geworstel in de familie van kunstschilder Jopie Huisman
Bij de opening van het het Jopie Huisman Museum noemde Freek de Jonge Huisman de “schilder van het mededogenâ€. Via zijn schilderijen laat Jopie het verhaal achter de mens zien. Hij portretteert met grote liefde “de zachtmoedige†en imponeert, door zijn schildertechniek, de kijker met een gevoel van grote genegenheid voor juist die “kleine mensâ€.





